dinsdag 20 mei 2003

Zonder hoop geen leven

Pandora zag er schitterend uit in haar door Athene ontworpen witte bruidsjurk. Haar hoofd was getooid met een prachtig geborduurde sluier en als een vorstin droeg ze haar gouden kroon met afbeeldingen van levensechte dieren. Zoals gebruikelijk kwam ze op haar trouwdag niet met lege handen maar nam ze een grootse bruidsschat mee, waaronder een zorgvuldig verzegelde kist, met daarop de prikkelende tekst ďniet open makenĒ.

Toen Epimetheus haar zag, de bruidsschat en de verzegelde kist, kon hij de verleiding niet weerstaan. Hij opende de kist, maar in plaats van mooie schatten verborg de kist slechts narigheid. Alle ellende die sinds dat moment de wereld teistert vloog uit de kist. Toch was de kist niet helemaal leeg, want op de bodem bleef nog een kostbare schat liggen: Hoop. Aldus een oud verhaal uit de Griekse mythologie.

Wie ziek is hoopt beter te worden. Bij aanhoudende droogte hoopt de boer op regen. Wie werkloos thuis zit hoopt op een baan. Hoe het ook tegenzit, door te hopen op bijvoorbeeld genezing, voorspoed of succes, wordt het verlangen uitgedrukt dat betere tijden zullen komen.

Hoop is de schat die overblijft als onzekerheid en ellende je om de oren vliegen. Is hoop dan uitsluitend voorbehouden aan momenten of periodes in het leven waarin het slecht gaat? Nee, ook als het goed gaat, bij gezondheid en voorspoed kennen we het verlangen dat het zo blijft. Slechte tijden of goede tijden, door te hopen verlangen we naar geluk of het behoud ervan. Soms met veel onzekerheid, soms met een sterk vertrouwen. Maar hoe dan ook: hoop kijkt vooruit, niet achterom, let op kansen en mogelijkheden, niet op falen en tegenslag.

En soms wordt hoop de bodem ingeslagen. Nu de economie stagneert en in Nederland officieel gesproken wordt van een recessie, komen ook in Friesland allerlei bedrijven in de moeilijkheden. Veel werknemers en werkgevers hopen dat hun fabriek, winkel of organisatie niet getroffen wordt. Wanneer dan het bericht komt dat een faillissement moet worden aangevraagd kan dat inslaan als een bom.

Ongeloof, twijfel en onzekerheid nemen de plaats in van activiteit en levenslust. Maar sommige mensen houden ondanks alles moed. De verhalen in deze krant over werknemers bij Storteboom kunnen illustreren dat vertrouwen hebben in de toekomst de een meer gegeven is dan de ander.

Mensen verliezen hun werk, hun gezondheid. Soms moet een arts een slecht-nieuwsgesprek voeren, meedelen dat het lichaam failliet is. Aanvankelijk is er vaak hoop. Klachten worden gelabeld als bijvoorbeeld een onschuldige griep of een tijdelijke dip. De diagnose van de medicus kan alle hoop de grond in boren.

Maar ook na sombere berichten van de dokter beginnen mensen vrij snel opnieuw te hopen, bijvoorbeeld dat de behandeling aanslaat of dat er nog tijd is voor een periode van afscheid. Mensen praten zichzelf en anderen graag moed in, halen hun energie uit de verwachting dat het straks anders zal zijn. Hoop en levenslust zijn nauw met elkaar verbonden.

Soms is alle levenslust verdwenen, hebben mensen geen enkele hoop meer. Depressieve gevoelens hebben dan de verwachting dat het ooit anders zal worden verdrongen. Ook in de psychiatrie komen vaak mensen in behandeling die er geen gat meer in zien. Ze zijn het vertrouwen kwijt dat ze in staat zijn hun leven weer die wending te geven die ze graag willen. Ook de partner, familie of vrienden van hen zijn ten einde raad.

Soms vestigen ze hun hoop op hulpverleners, op de psycholoog of psychiater. Maar bij ernstig depressieve mensen is ook dat laatste beetje hoop verdwenen. Ze zijn niet alleen getroffen door alle narigheid uit de doos van Pandora, bij hen is het helemaal leeg geworden. Ook de kostbare hoop die in moeilijke tijden ons vooruit doet zien op wat kan komen is vervlogen.

In behandelingen kan worden gewerkt met pillen,† therapie of andere activiteiten. Bij ernstig depressieve klachten zal gebruik gemaakt worden van medicijnen om herstel van de sombere stemming te bereiken. Maar daarnaast blijkt, ook uit onderzoek, het bieden van hoop een belangrijk ingrediŽnt te zijn van een succesvolle behandeling. De hulpverlener biedt hoop door zijn vertrouwen in de ander en de toekomst.

Als een hulpverlener het vertrouwen in verandering in een cliŽnt is kwijt geraakt, is dat desastreus voor de behandeling. Soms heeft een nieuwe, niet uitgebluste hulpverlener dan meer succes. Want wie zelf geen hoop meer kent, kan een ander geen hoop geven. Maar ook het omgekeerde geldt: Wie zijn hoop en vertrouwen deelt met een ander, geeft de ander hoop, en daarmee leven.